Hoofdstuk 01 · De oorsprong

De geschiedenis van Hoofddorp.

Hoofddorp bestaat niet veel langer dan honderdvijftig jaar — en toch zit er een eeuwenlange geschiedenis achter de stad. Een verhaal over water, ingenieurskunst en de moed om een binnenzee om te zetten in vruchtbaar land.

Oorspronkelijke naam
Kruisdorp
Drooglegging
1849 – 1852
Gesticht
1853
Polder
Haarlemmermeer
— 01

Het Haarlemmermeer als binnenzee

Eeuwenlang bestond op de plek van het huidige Hoofddorp geen land, maar water. Het Haarlemmermeer was een uitgestrekte binnenzee tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden, ontstaan uit een aaneenschakeling van kleinere veenmeren die door turfwinning en stormen steeds verder waren samengegroeid. Bij westenwind sloegen golven hoog op tegen de oeverdorpen; bij zuidwesterstormen werden dijken aan de oostzijde bedreigd. De grillige plas had de bijnaam Waterwolf, omdat hij stukken oever letterlijk verslond.

Al in de zeventiende eeuw schreef de Rijp­se waterbouwkundige Jan Adriaensz. Leeghwater zijn Haarlemmermeerboeck, met een gedetailleerd plan om het meer met windmolens droog te malen. De technologie van die tijd was er nog niet aan toe — er zouden honderden molens nodig zijn — maar het idee bleef circuleren. Pas in de negentiende eeuw, met de opkomst van de stoommachine, werd droogmaking technisch en financieel haalbaar.

De directe aanleiding was een reeks zware stormen. In november 1836 joeg de wind het water tot aan de poorten van Amsterdam; in december datzelfde jaar stond Leiden onder. Koning Willem I gaf de opdracht het meer voor eens en altijd droog te leggen.

— 02

Drie stoomgemalen en een leeg meer

Tussen 1849 en 1852 werd het Haarlemmermeer leeggepompt door drie van de krachtigste stoomgemalen ter wereld. Elk kreeg een symbolische naam: De Leeghwater aan de noordwestzijde, naar de zeventiende-eeuwse pionier die het plan had bedacht; De Cruquius aan de zuidoever, naar de cartograaf Nicolaas Kruik die het meer al in 1742 nauwkeurig had ingemeten; en De Lijnden bij het huidige dorp Lijnden, vernoemd naar de voorzitter van de droogleggingscommissie.

De Cruquius gold lange tijd als de grootste stoommachine ter wereld: een balanssysteem met acht zuigers die samen ongeveer 65.000 liter water per slag oppompten. De drie gemalen draaiden bijna onafgebroken; aanvankelijk werd geschat dat de klus drieënhalf jaar zou duren, in werkelijkheid bleek het krap drie jaar. Op 1 juli 1852 viel de bodem droog.

Een polder die getekend werd

Wat achterbleef was een vlakte van vruchtbare zeebodem, ongeveer 18.000 hectare groot en plaatselijk meer dan vijf meter onder NAP. Voordat er ook maar één boerderij stond, lag het plan voor de inrichting al klaar. Landmeters trokken op de kale bodem een streng geometrisch patroon: hoofdvaarten in oost-westrichting, dwarsvaarten in noord-zuid, en daar tussenin de wegen en kavels. Wie vandaag op de kaart kijkt ziet die ontwerptekening nog terug — een polder die letterlijk getekend werd voordat hij bewoond werd.

De grond werd in 1853 publiek verkocht. Landbouwers uit alle delen van Nederland — en uit Vlaanderen en Duitsland — kochten kavels en begonnen aan de pioniersjaren. Het waren zware tijden: de bodem was nog zilt, malaria heerste in de natte zomers, en pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam de polder echt op gang.

— 03

Van Kruisdorp tot Hoofddorp

Op het centrale kruispunt van de polder — waar de Hoofdvaart de Kruisvaart sneed — verrees vanaf 1853 een nederzetting. Daar kwamen achtereenvolgens een herberg, een school, een kerk en een raadhuis. Omdat het dorp op een kruising lag, kreeg het in de volksmond de naam Kruisdorp. Officieel werd het in 1869 omgedoopt tot Hoofddorp, naar zijn rol als hoofdplaats van de polder en zijn ligging aan de Hoofdvaart.

De negentiende-eeuwse kern is nog herkenbaar in het tracé van de Hoofdweg en de Kruisweg, de oudste lintbebouwing langs de vaart, en in het Oude Raadhuis dat in 1866 werd opgeleverd. Lange tijd bleef Hoofddorp een agrarisch dorp, met bloembollen, bieten en graan als belangrijkste producten. Tot ver in de twintigste eeuw woonden er nog geen tienduizend mensen.

Schiphol verandert alles

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het tempo radicaal. De aanleg van Schiphol-Oost in de jaren dertig had Hoofddorp al op de kaart gezet, maar pas met de naoorlogse uitbreiding van de luchthaven en de groei van de Amsterdamse regio kreeg het dorp het karakter van een forensenstad. Vanaf de jaren zestig werden grootschalige woonwijken uit de grond gestampt: eerst Pax en Graan voor Visch, later Toolenburg, Overbos, Floriande en Vrijschot.

— 04

Van dorp naar stad

De groei in de tweede helft van de twintigste eeuw was uitzonderlijk. Tussen 1960 en 2000 verzevenvoudigde het inwonertal. Wat begon als een agrarische nederzetting werd een planmatig uitgebreide stad, met opeenvolgende uitbreidingsplannen die elk hun eigen architectuurtaal meebrachten: de strakke jaren-zeventig blokken van Pax, de bloemkoolwijken van Overbos, het gedurfde stedenbouwkundige plan voor Floriande met zijn waterstad-karakter.

Tegelijk groeide het oude centrum uit tot een echt stadshart. Vanaf de jaren tachtig kreeg Hoofddorp een overdekt winkelcentrum, een bibliotheek, theaterzaal en gemeentehuis — voorzieningen die je niet meer in een dorp verwacht. De band met Schiphol versterkte zich verder: rond Station Hoofddorp ontstond Beukenhorst, een groot kantoren­gebied dat door zijn directe spoorverbinding met de luchthaven internationale bedrijven aantrok.

Vandaag is Hoofddorp met ruim tachtigduizend inwoners de grootste plaats van de gemeente Haarlemmermeer en het bestuurlijke en economische zwaartepunt van de polder. Maar de oorsprong is nog overal aanwezig: in de kaarsrechte vaarten, in de namen van straten en wijken, en in de wetenschap dat alles wat hier staat ooit op de bodem van een meer lag.